Introductie
Type van de array
Richtingskarakteristiek
Welke microfoon?
Podiumopbouw
Dirigenten


Een koor opnemen en/of versterken lijkt misschien niet zo'n ingewikkelde bezigheid, maar er zijn omstandigheden en valkuilen die het je soms onmogelijk maken een koor goed neer te zetten.
De problemen:
- lange nagalmtijd cq moeilijke akoestiek (kerk/sporthal)
- groot koor, dicht op elkaar
- bewegend/dansend koor
- weinig ruimte om microfoons te plaatsen
- dirigent(e) die altijd B zegt als jij A voorstelt
- slecht podiumopbouw, dus overspraak van instrumenten (drums, blazers)
- verlaagd plafond, waar laat je de microfoons?
- sommige stemmen/partijen zijn niet goed te horen, of domineren juist





Een koor bestaat vaak uit verschillende 'groepen', die elk een eigen partij zingen: sopraan, alt, tenor en bas. Deze laatste 2 zijn meestal de lage partijen die door de mannen gezongen worden.
Het liefst zou je elke groep een eigen microfoon geven, maar in de praktijk blijkt dat de leden zo op en door elkaar staan dat dit niet werkbaar is. En iedereen een eigen microfoon? Kan, zeker als je dit draadloos doet, maar bedenk dat je uren bezig bent met het zoeken van de juiste balans. Bovendien heeft het sterk de voorkeur dat niet jij, maar het koor zélf de balans maakt.
Vaak neem je koren op met één of meerdere paren stereomicrofoons. Het allerbelangrijkste hierbij is dat je de afstand tot de koorleden niet te groot maakt, want dan krijg je te veel galm en overspraak. Maar ook niet te kort, want anders vallen er misschien stemmen buiten het opnamebereik van de microfoons.
Voor de studio en het theater, waar de akoestiek op orde is, geldt: hoe groot het koor ook is, met een set uitstekende kleinmembraan- kondensatormicrofoons kun je de klus gewoon klaren. Afstand tussen koor en microfoons speelt niet zo'n rol en je laat het koor en dirigent(e) zelf de onderlinge balans verzorgen. Perfect!
Maar die ideale onstandigheden kom je lang niet altijd tegen, en niet elke studio kan een koor van 50 mensen wegzetten. En in kerken of grote hallen is vaak een nagalmtijd van enkele seconden! Dat vraagt om een specialistische aanpak. Meer microfoons en dichter op de stemmen, dat is hier het credo.
Dus, improvisatie en zo goed mogelijk naar mooi klinkende oplossingen zoeken. In goed overleg met koor en dirigent.

Wat altijd helpt zijn een aantal paren goede 'klein-membraan' kondensatormicrofoons. Klein-membraan, omdat je de lage frequenties niet wilt, maar wel de helderheid en de transiënten van de stemmen.

Type van de array (=opstelling)
Er zijn verschillende manieren om je microfoons te gebruiken.
Zo is er:
- a-b
- x-y
- ortf
- M-S
- odg (op de gok)
- plus de mogelijkheid meerdere paren in te zetten.


A-B
Als eerste de A-B. Twee microfoons die 'recht van voren' opnemen, en op 1/3 en 2/3 op mondhoogte voor het koor staan. Voordeel: mooie stereobalans, kan dicht op het onderwerp, maar werkt helaas niet bij grotere koren. Kans op fasefouten als de afstand te groot is. Nog een voordeel; dit werkt betrekkelijk eenvoudig, zeker voor opnames. Lekker breed, en een heel direct geluid.
Plaats de beide microfoons een kleine meter van het koor (als omgevingsgeluiden -band?-dit toelaten). Richt de microfoons niet direct op een koorlid, maar probeer er 'tussenin' te richten. Zorg er ook voor dat koorleden niet achter elkaar staan, maar 'verspringen' in opstelling. Zo kan de A-B het beste de balans vangen in een koor.
         


X-Y
Dan de X-Y. Sinds mensenheugenis gebruikt voor de (radio)registratie van grotere koren en orkesten. Werkt perfect, maar de akoestiek moet goed zijn. Geschikt dus voor studio, theater en oefenzaal, maar meestal niet voor kerk en sporthal. Tenzij je meerdere paren gebruikt en ze dicht op de koorleden gebruikt.
De membranen staan precies 90 graden haaks op elkaar, en wijzen uit elkaar, daardoor zal de luisteraar een redelijk breed en natuurgetrouw stereobeeld ervaren. Voor stemmen heb je niet persé topmicrofoons nodig, omdat de menselijke stem beperkt is qua omvang van de frequenties. Echt laag danwel hoog zit er niet in. Neem je met een X-Y een orkest op, dan kom je alleen weg met de betere condensatoren van Shoeps, B&K en AKG. Calrec mag ook, als je er nog aan kunt komen? Rode is low-budget, maar komt wel in de buurt.
            


ORTF
Dan is er nog de ortf-array, waarvan de afkorting staat voor 'Office de Radiodiffusion Télévision Française'. Een variant op de X-Y. De kapsels staan 17 cm uit elkaar, in een hoek van 110 graden. Is allemaal gemeten, afgestemd op ons hoofd en werkt uitstekend. Ook hier een heel breed stereobeeld, erg geschikt voor piano, drums, gitaar en... koor!
Die 17 cm komt overeen met de afstand tussen je oren. Daarom vooral is het stereobeeld heel natuurlijk. Bovendien zijn fasefouten niet of nauwelijks aan de orde bij deze opstelling.
      


M-S array (Mid Side array)
Een microfoon met een nier-karakteristiek wordt recht voor een instrument geplaatst, bijvoorbeeld het klankgat van een gitaar, en deze wordt op het A-kanaal aangesloten. Dit is het 'Mid kanaal'. Om een hoorbaar faseverschil te vermijden wordt op minder dan 1,7 cm afstand van het membraan van de eerste microfoon, het membraan geplaatst van een bi-directionele (8-karakteristiek) microfoon die dwars op de mid microfoon gericht staat. Deze heet de side microfoon omdat hij de geluiden van de zijkant opneemt. Dit signaal wordt naar twee identiek ingestelde kanalen (B en C) gestuurd. Het B-kanaal wordt naar links gepanned en het C-kanaal, na fase-omkering (!) naar rechts.
Omdat de kanalen uit verschillende richtingen klinken heffen ze elkaars geluid niet op ondanks het feit dat beide signalen in tegenfase staan. Vervolgens wordt kanaal A toegevoegd aan het geluid waardoor het gitaargeluid links verschillend klinkt van rechts en er een heel breed geluid ontstaat. Hierdoor kan bijvoorbeeld een akoestische gitaar in de mix een duidelijk eigen klank houden met veel karakter en transparantie.



Overig
Verder zijn er nog wat exotische vormen, zoals de dubbel 8 of ook wel 'Blumlein' genaamd. Variant op de X-Y. Een 'figure 8' karakteristiek (voor links en rechts) keer twee. Ieder zijn plezier, maar ik ben er nooit echt goed uitgekomen met deze opstelling, live al helemaal niet.
Ik vind het stereobeeld rommelig, te ruimtelijk, en het is me al helemaal niet duidelijk welke microfoons ik moet gebruiken om het goed te laten klinken. Misschien dat er bij een zaal met perfecte akoestiek en zonder publiek eer valt te behalen?





Richtingskarakteristiek
Welke opstelling of array je ook gebruikt met je microfoons, ken de richtingskarakteristiek ervan! Een super-nier is prima te gebruiken voor de solist(e), maar levert grote problemen op als je deze boven het koor hangt. De smalle richtingsgevoeligheid pakt (op een meter afstand) slechts een paar koorleden, en laat de rest er buiten vallen. Daarom zou de microfoon hoger moeten hangen, maar dan neemt galm en overspraak weer toe. Je komt er niet mee weg.
De afstand microfoon-stemmen is de crux van je registratie! Te ver af betekent teveel overspraak en galm, te dichtbij betekent het gevaar van te nauw/smal gericht zijn, en dus stemmen die er 'buiten vallen'.






In gedachten moet je precies het gebied kennen dat een microfoon bestrijkt met zijn gevoelige kant. Via een 'polar diagram' (cirkeldiagram), dat altijd bijgeleverd wordt, is goed af te lezen hoe die gevoeligheid eruit ziet. Op 0 graden zie je de gevoeligheid van de voorkant, op 180 graden die van de achterkant. Daar waar de microfoon ongevoeliger wordt, noem je dit off-axis.

Met een rondomgevoelige microfoon kun je live niet werken, omdat het geluid uit alle richtingen opgepikt wordt. Teveel storende (bij)geluiden dus. Denk aan zaalgeluiden, reflecties van muren en plafonds, de monitoren en de PA. Een super-nier, of ook wel hyper-cardioid werkt evenmin; het geluid is zo gericht, dat je hoogstens één stem kunt vangen, en diegene moet dan ook nog de natuurlijke eigenschappen van een standbeeld hebben.
De keuze valt dus vaak op de cardioid, of ook wel nier genaamd. Soms ook op de 8-karakteristiek (figure 8). De hoek van de gevoeligheid bedraagt vaak 90+ graden. Werk je met meerdere microfoons en wil je geen 'gaten' in de registratie, zorg dan dat de microfoons elkaar iets overlappen. Zo voorkom je 'dead spots' in de weergave.

In het theater of de studio ligt het iets anders. Omdat je geen of veel minder storende bijgeluiden hebt, hoop ik, kun je meer gebruik maken van de ruimte en de aanwezige akoestiek. Dat opent de weg naar de rondom-gevoelige microfoon. Een stereopaar mid-boven het koor kan groots klinken. Een van de kenmerken van de rondomgevoelige microfoon is dat dit type weinig kleuring geeft aan de stemmen. Dit kapsel geeft de frequenties 'recht' weer. Geen geknepen of neuzig geluid dus. Bovendien heb je in studio of theater de mogelijkheid de microfoons wat verder van het koor af te hangen. Daardoor houd je een veel natuurlijker geluid over omdat alle stemmen en partijen 'spontaan' even hard geregistreerd worden. Je pakt op deze wijze dus echt de beste en eigen balans van het koor.




Welke dan?
Als het budget niet je grootste probleem is, zijn microfoons van B&K (nu DPA) en Shoeps (CMC 6!) de absolute top. Ook mag ik Neumann, met o.a. de fraaie KM 184 niet vergeten te noemen. Van harte aanbevolen. De microfoons zijn puur gemaakt voor de registratie in verschillende array's van koren en orkesten. Maar, ze vragen ook een perfecte akoestiek en zijn peperduur, om die reden vallen ze nu even buiten de boot.
Next best. Ik gebruik graag een AKG C1000 (zonder hyper-kapje!) of AKG c451, of C414. Die zijn breed-gevoelig (instelbaar) en nemen ook zachte stemmen uitstekend op. Maar er zijn meer favorieten: De betaalbare Rode NT5 als (gematched) stereopaar, de duurdere SE Electronics SE4-ST (eveneens gematched stereopaar), de 180 serie van Neumann, de Shure VP88 stereomicrofoon en nog een echte favoriet: de NT4 stereomicrofoon van Rode. Voordeel van deze laatste twee is dat de hoek tussen de beide kapsels al vastgezet is doordat ze in één behuizing ondergebracht zijn. Cool en idiotproof. Ik vind de NT4 goed klinken, maar ook wel wat prijzig, helaas.

Je ziet ook steeds meer mini-fieldrecorders, die dergelijke microfoon-arrays gebruiken. De Zoom, die een ms-array gebruikt, is erg populair. Ik gebruik zelf live wel eens een Sony D50, en tot volle tevredenheid. De beide microfoons kun je op xy plaatsen, maar ook 120 graden uit elkaar (en alles daar tussen in). Als je achteraf het ietwat 'neuzige' karakter, dat dit soort recordermicrofoons een beetje typeert, iets corrigeert met je toonregeling, houd je een heel behoorlijk, vol en breed geluid over
             








Slechte podiumopbouw
Als het koor niet fijn op het podium geplaatst is heb je last van overspraak van instrumenten, die meer lawaai maken dan een stem. We hebben het over drums, bas, blazers en percussie. Overspraak zorgt ervoor dat je geen goede balans kunt maken tussen de verhouding band - koor. Bovendien loop je kans op rondzingen.
Dus, waar mogelijk zet je versterkers zacht, zodat de PA het werk moet doen. Drums dim je lastig, maar drummers kunnen, als ze willen, wel rustig aan doen. Leg ze daarom goed uit waarom dit belangrijk is!


Gebruik eventueel een afscherming om het geluid ook fysiek te stoppen (zie foto). Plexiglas is mooi, maar grote, hoge plantenbakken of flightcases kunnen, als je het netjes afwerkt, hun werk ook uitstekend doen op een groot podium.
Verder kun je proberen het koor enigszins schuin te plaatsen, waardoor de -ongevoelige- achterkanten van de microfoons wat meer naar de band wijzen.
Tenslotte, zet monitoren niet te hard, en plaats ze dicht bij het koor, zonder dat ze gericht staan op de microfoons. Haal ze desnoods van de grond, en laat ze vanaf enige hoogte van opzij (iets naar beneden gericht) het koor bedienen, zoveel mogelijk mee in de opnamerichting van de microfoons.
Dit alles doe je vooral om rondzingen te voorkomen! Als de microfoons het geluid uit monitoren of zaalmix oppakken, is een vreselijke gil het resultaat. Wordt niemand blij van.

Doel
Doel moet zijn: een mix maken die homogeen, transparant, gebalanceerd en breed is, én goed te verstaan. Het publiek moet niet eens in de gaten hebben dat jij er bent... Dus geen heftige bewegingen met faders, galm en toonregeling. Easy does it.
Daarom is een goede voorbereiding, pro-materiaal en een serieuze soundcheck/try-out van groot belang.



Hierboven zie je hoe een akoestische afscheiding gemaakt is tussen band en koor. Omdat het haaks op het podium staat zie je er nauwelijks iets van, maar demping van 10 tot 20 Db (en dat is heel veel) is hiermee mogelijk. Zeker als je absorberende materialen gebruikt.
Zorg ervoor dat deze schermen niet te hoog staan, zodat oogcontact mogelijk blijft tussen band en koor.






Dirigenten
Dirigenten zijn over het algemeen redelijk eigenwijze mensen. Studio- en pa-technici zijn dat zelden ;). Maar hoe dan ook, je moet er wel samen uitkomen bij een opname of uitversterking.
Je kunt het beste uitgaan van de specifieke kwaliteit van beide. Jij plaatst microfoons, richt ze, schuift (voorzichtig) wat met het koor, en registreert of versterkt. De dirigent(e) luistert en geeft jou feedback over wat er beter ('anders') zou kunnen. Houd er rekening mee dat dirigenten goede oren hebben en vaak heel goed weten waarover ze praten, dus onderschat dat niet. Bied verschillende mixen aan, laat merken dat je volledige controle hebt over wat je doet. Zo krijg je ook zelf het respect (en de ruimte) dat je verdient.
Wissel argumenten vriendelijk uit en houd het zakelijk. Je hebt immers hetzelfde doel; een geweldige registratie of uitvoering mogelijk maken. Tip: Ga als technicus regelmatig in de zaal, of op de plek van de dirigent(e) luisteren, Dat voorkomt misverstanden omdat je beide verschillende dingen hoort.
Ook belangrijk: het laatste woord heeft altijd degene die jouw rekening betaalt (of iemand die werkt voor deze persoon; de koorleider of dirigent). Want: wie betaalt, bepaalt. ;)





Wees Studio  http://schoondermark.com
Midi | Referentie | Studio & Tijd | HD-recording | Monitoring | Links | Leden
Nieuws | Microfoons | Geheime tips.. | Studio cursus | Merken | Referenties | Adverteren ?
Copyright © 1997-